Diny Ruiter – van Dam
Reertdina
22 november 1934 – 12 november 2021
‘Gij legt Uw hand op mij.’ Diny wilde dat deze woorden uit Psalm 139 boven haar rouwbrief zouden staan. Het gaat daar over de hand van God, maar wij mensen hebben ook handen. Diny stak haar handen vaak uit de mouwen Ze was allesbehalve lui. Ze besteedde haar energie allereerst aan haar man Gerrit en aan haar kinderen Rinie, Bert, John, Ruud en Minco, die allen veel voor haar betekenden.
Ze wilde ook van betekenis zijn voor haar omgeving en voor de kerkelijke gemeente. Zo was ze lid van de vrouwenverenging waar ze geregeld gedegen inleidingen over Bijbelse of maatschappelijke onderwerpen hield. Ze was als liefhebster van de Nederlandse taal enthousiast lid van Woordkunst. En ze was jarenlang redacteur van het kerkblad Appèl. De kopij die geplaatst werd ging door haar handen. Met haar gedegen kennis van de Nederlandse taal corrigeerde ze taal- en stijlfouten. Regelmatig schreef ze ook zelf in Appèl lezenswaardige stukjes, zij het dat ze die, bescheiden als ze was, ondertekende met: redactie.
Diny was gewetensvol en consciëntieus. Dat zag je in alles terug. Hoe ze haar huishouden regelde, hoe ze zich kleedde en verzorgde, hoe ze met mensen omging, altijd met een zekere stijl en grandeur. Ze hield van orde en regelmaat. Dat verschafte haar een vorm van houvast: zo doen we dat. En toch kon ze je ook verrassen door geen aardappelen op tafel te zetten, maar spaghetti.
Ze was ook iemand van eerst denken, dan doen. Ze nam weloverwogen haar beslissingen, ze was zorgvuldig in haar doen en laten en altijd eerlijk. Maar ook als ze dan iets gedaan had waarvan ze dacht dat dit het goede was, kon ze soms na afloop twijfelen of ze het wel helemaal goed had gedaan.
In de week voor haar sterven zei ze: Ik wacht tot Hij me komt halen. In volle vrede is ze thuisgehaald door haar Heer en Heiland.
ds. Koos Staat
