Meindert Zwagerman

12 november 1925  –  19 januari 2021

Meindert viel niet op. Hij was klein van stuk, hij had een zachte stem en een vriendelijke uitstraling. Hij is geboren in een groot gezin van vijf jongens en een meisje. Hij zou als laatste van dat gezin overblijven. Meindert leefde zonder veel voor zichzelf te eisen. Hij was tevreden met zijn regelmatige en rustige bestaan. Hij plaatste zich nooit op de voorgrond. In gezelschap zou je hem, omdat hij het tegenovergestelde van een druktemaker was, zomaar over het hoofd zien. Hij ging het liefst de confrontatie uit de weg. Hij schikte zich liever dan dat hij een grote mond opzette. Soms wist je niet of het hem echt niet veel uitmaakte hoe iets ging of dat hij te bescheiden of zelfs te verlegen was om zich te uiten.

Meindert leerde zijn latere vrouw Annie op iets latere leeftijd kennen. Dat wil zeggen hij was juist 2 dagen daarvoor 43 jaar geworden toen ze elkaar het jawoord gaven op 14 november 1968. Via een advertentie en een eerste afspraak in Enschede liep het uit op een huwelijk. Ze hadden beiden een verschillend temperament, een verschillende achtergrond en kwamen uit een verschillende landstreek, maar ze hielden van elkaar.

Annie was een doener, niet bang uitgevallen. Ze had ooit op de bus gewerkt in Enschede als conductrice en ze nam geen blad voor de mond, en Meindert, een tuinder die later in de fabriek ging werken, was altijd voorzichtig en diplomatiek. Zo hadden ze elkaar nodig. Toen Annie veel zorg nodig had, stond Meindert met liefde en engelengeduld naast haar.

Ook over zijn geloof uitte hij zich sporadisch. Uit zijn gedrag kon je opmaken dat hij rekende met God, en ook de kerk kon op zijn sympathie rekenen. Wanneer er in Sorghvliet avondmaal gevierd werd, dan was hij er altijd bij. Samen met zijn neven en nichten en vrienden hebben we hem na een dankdienst voor zijn leven op de Oosterbegraafplaats bijgezet in het graf bij zijn vrouw.

ds. Koos Staat

Dankdienst voor het leven van
broeder Meindert Zwagerman
op 23 januari 2021

Mijn genade is u genoeg.

                               2 Cor. 12 : 9