Herdenking hen die zijn heengegaan

24 november 2019

24 november 2019 was de laatste zondag van het kerkelijk jaar. We noemden de namen van onze geliefden die in het afgelopen jaar stierven. In de preek stond ds. Staat stil bij het overlijden van Rachel, de geliefde vrouw van aartsvader Jakob. De vraag kwam aan de orde hoe we moeten omgaan met verlies.

En deel uit deze preek: “Rouwen is zwaar werk. Zo noemt de Rooms Katholieke Belgische emeritus hoogleraar in de klinisch psychologie, Manu Keirse dat in zijn boek Helpen bij verlies en verdriet. Rouwen is een vorm van werken. Om verlies te overleven moet je rouwarbeid verrichten. Dat is een zware emotionele arbeid. Daarom voelen mensen die rouwen zich vaak moe of zelfs ziek, en soms komen ze niet aan hun normale werk toe. Natuurlijk hangt de zwaarte van het rouwen af van allerlei factoren: de leeftijd van de persoon die je verliest en je eigen leeftijd, maar ook de plaats die hij of zij in je leven inneemt, en de manier waarop die persoon stierf. Maar rouwen is altijd werken. Je werkt aan het vinden van betekenis en zoekt naar manieren je leven te vervolgen. Zoals Jacob zijn leven vervolgde: Jakob reisde verder en sloeg zijn tent op even voorbij Migdal-Eder.

Manu Keirse zegt het zo: Een arbeid kun je opdelen in taken. In de rouwarbeid zijn er vier rouwtaken, vier opdrachten die je moet vervullen om je aan te passen aan het leven met verlies.
1. De werkelijkheid van het verlies onder ogen zien.
2. De pijn van het verlies ervaren.
3. Je aanpassen aan de wereld na het verlies.
4. Herinneringen bewaren en weer leren genieten.

U knut de hele preek nalezen onderaan deze pagina, onder de liedteksten.

kaarsen

Gerrit Maas
in de leeftijd van 92 jaar
op 8 december 2018

Hendrik Nierop
in de leeftijd van 65 jaar
op 25 december 2018

Margje Kwantes-Krikke
in de leeftijd van 76 jaar
op 10 januari 2019

Ali Jonker
in de leeftijd van 84 jaar
op 13 januari 2019

Nienke Maas-Abma
in de leeftijd van 89 jaar
op 16 januari 2019

Jan Gerbrandy
in de leeftijd van 100 jaar
op 1 februari 2019

Cornelis Groenewoud
in de leeftijd van 94 jaar
op 8 maart 2019

Cornelis op ’t Land
in de leeftijd van 45 jaar
op 16 april 2019

Akke de Vries-Visser
in de leeftijd van 104 jaar
op 17 april 2019

Johannes Bultsma
in de leeftijd van 99 jaar
op 10 mei 2019

Maria Mellema- Stoutjesdijk
in de leeftijd van 97 jaar
op 27 juni 2019

Gerrit Prins
in de leeftijd van 85 jaar
op 14 augustus 2019

Harry Wierstra
in de leeftijd van 80 jaar
op 17 augustus 2019

Marijke Gutter
in de leeftijd van 76 jaar
op 18 augustus 2019

Cunera Niejenhuis-Vis
in de leeftijd van 74 jaar
op 24 augustus 2019

Tiny Vriend-van Werkhoven
in de leeftijd van 83 jaar
op 30 augustus 2019

Renske Vriend-Andringa
in de leeftijd van 84 jaar
op 3 september 2019

Inge Kwantes
in de leeftijd van 44 jaar
op 5 september 2019

Jakob Mantel
in de leeftijd van 71 jaar
op 8 september 2019

Pieter Mantel
in de leeftijd van 83 jaar
op 10 september 2019

Catharina Bloemendaal-Groen
in de leeftijd van 90 jaar
op 4 november 2019

Dat je altijd bij me bent (Edsilia Rombley)

Soms lijkt het net alsof het nooit is gebeurd
of ik je nog hoor praten
De aarde is ineens in stilte gekleurd
nu jij haar hebt verlaten

Hoewel mijn hart graag in een droom leven zou
weet ik dat ik nu moet leven zonder jou

Alle momenten dat wij samen waren en wij elkaar mochten beleven
Ik koester die uren, de dagen en jaren die ons door het lot zijn gegeven
En dat er geen dag meer is dat ik jou niet mis
maar dat je altijd bij me bent

Geen dag, geen plek, er is geen enkel moment
dat niet aan jou is verbonden
Ik ben zo bang dat dit alleen zijn niet werkt
Had mijn bestemming gevonden dankzij jou

Alle momenten dat wij samen waren en wij elkaar mochten beleven
Ik koester die uren, de dagen en jaren die ons door het lot zijn gegeven
En dat er geen dag meer is dat ik jou niet mis
maar dat je altijd bij me bent

Meer nog dan pijn dat jij hier niet meer bent voel ik
hoe mooi het was dat ik je heb gekend
dat neemt niet weg dat dit ondragelijk is, en ik jou vreselijk mis

Alle momenten dat wij samen waren en wij elkaar mochten beleven

Ik koester die uren, de dagen en jaren het leven heeft zoveel gegeven
En dat er geen dag meer is dat ik jou niet mis
maar dat je altijd bij me bent

Psalm Project Liedtekst Psalm 27
Wacht op de Heer

God is mijn licht mijn heil wie zou ik vrezen,
ik steun op Hem, verlaat mij op de Heer.
Veilig bij God hoef ik niet bang te wezen,
Hij is mijn hulp, wat mij bedreigt valt neer.

Dit ene is wat heel mijn hart verlangt,
te wonen waar Hij mij liefdevol ontvangt,
die veilig in zijn huis mij bergt en hoedt,
wacht op de Heer mijn hart,
ja wacht, houd moed.

Hoor mij o Heer, ja wijs mij toch Uw wegen,
wees mij een gids die veilig mij geleidt.
Antwoord mij God en geef mij toch Uw zegen,
U die voor mij de weg al hebt bereid.

Dit ene is wat heel mijn hart verlangt,
te wonen waar Hij mij liefdevol ontvangt,
die veilig in Uw huis mij bergt en hoedt,
wacht op de Heer mijn hart,
ja wacht, houd moed.

Dit ene is wat heel mijn hart verlangt,
te wonen waar Hij mij liefdevol ontvangt,
die veilig in Uw huis mij bergt en hoedt,
wacht op de Heer mijn hart,
ja wacht, houd moed.

Wat heel mijn hart verlangt,
te wonen waar Hij mij liefdevol ontvangt,
die veilig in Uw huis mij bergt en hoedt,
wacht op de Heer mijn hart,
ja wacht, houd moed.

De tekst van de preek op 24 november 2019

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Rachel is overleden. De geliefde vrouw van aartsvader Jakob. Hij begraaft haar, en gaat weer door met zijn leven. Jakob reisde verder en sloeg zijn tent op even voorbij Migdal-Eder (Genesis 35:21). Eenentwintig gemeenteleden zijn overleden. We hebben afscheid van hen genomen, vaak met een kerkdienst, ze zijn begraven, gecremeerd en we gaan verder met ons leven.
Alleen hoe?

Tolstoi, de bekende Russische schrijver, begint zijn roman Anna Karenina, met de beroemde zin: Gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar een ongelukkig gezin is altijd ongelukkig op zijn eigen manier. Als variatie daarop kunnen we zeggen: Mensen die iets te vieren hebben lijken allemaal op elkaar, maar mensen die rouwen verwerken hun verdriet ieder op zijn eigen manier.

We noemen vandaag de 21 namen van hen die het afgelopen jaar zijn overleden. Al die gestorvenen laten geliefden achter die met het verlies moeten omgaan. Er zijn hier kinderen die hun vader of moeder verloren, en ouders die hun kind verloren. Vrienden verloren een vriend of vriendin. Er zijn familieleden die een broer of zus, een tante of oom verloren, of een oma of opa.

Ik denk ook aan ouders die vandaag misschien terugdenken aan hun stil geboren kind, van wie de naam nooit genoemd is in de kerk en die nooit opgegroeide tot de mens die je hoopte dat hij of zij zou worden. Ik denk aan mensen die rouwen omdat ze nooit zullen rouwen om hun partner, omdat ze alleengaand bleven. Zoals er ook ouders zijn die rouwen om kinderen die vurig gewenst waren, maar nooit kwamen, behalve in hun dromen.
Mensen rouwen om verschillende redenen en op verschillende manieren. We praten niet gemakkelijk over verlies, sterven en rouw. En toch hebben we er vroeg of laat allemaal mee te maken. Natuurlijk zal het verdriet slijten. Maar verdwijnen? De tijd heelt alle wonden, zegt men. Ik ben gaan betwijfelen of dat wel waar is.

Aartsvader Jakob is in rouw. Zijn grote liefde, Rachel, is overleden. Hij was erbij toen ze stierf. Ze waren onderweg naar Bethlehem. Maar Rachel haalde het niet. Net niet. Nog twee uur lopen en ze waren er aangekomen. Ze stierf onderweg. Eigenlijk sterven we allemaal onderweg. Het is nooit echt af, je leven. Onze verlangens, onze idealen – ze zijn nooit allemaal vervuld, en onze fouten zijn nooit allemaal goedgemaakt: we sterven als Rachel, onderweg.
Hoe was Jakobs reactie? In Genesis 48 horen we Jakob aan het eind van zijn eigen leven erover vertellen aan zijn zoon Jozef, die hij samen met Rachel gekregen had. In de woorden van de Nieuwe Bijbelvertaling horen we Jakob zeggen in vers 7: Rachel stierf tot mijn verdriet. Daar kunnen we ons iets bij voorstellen. De Herziene Statenvertaling vertaalt ietsje koeler: Rachel stierf onder mijn ogen. En de NGB vertaling uit 1951 klinkt nog wat neutraler: Rachel is mij door de dood ontvallen. En in de Naardense Bijbelvertaling zegt Jacob: Rachel stierf waar ik bijstond. Dat klinkt bijna afstandelijk. Dan denk je: hield hij dan niet eens haar hand vast? Zijn lievelingsvrouw? Het Hebreeuws zinnetje maakt alle vier de vertalingen mogelijk. Jakob stond erbij, alsof hij versteend was, in shock. Rachel ontviel hem, in de zin dat hij machteloos stond, er niets tegen kon beginnen. Rachel stierf onder zijn ogen: hij zag het heel bewust gebeuren, haar laatste adem, het gezicht dat wit wegtrok. En Rachel stierf tot zijn verdriet. Met of zonder tranen, Jakob was bedroefd. De bijbel laat het open hoe het precies was. We mogen dat zelf invullen. Mooi eigenlijk. Want ook het woord van God weet hoe dat kennelijk gaat: mensen die rouwen verwerken hun verdriet ieder op zijn eigen manier.

Elk jaar rond deze tijd houden we in de kerk een gedachteniszondag waarbij we de namen noemen van hen die dat jaar stierven. Ik houd ook altijd een preek. Eigenlijk gaan die preken altijd over de eeuwigheid. Over de vraag hoe onze geliefden het daar hebben. Vandaag wil ik het hebben over ons die achterblijven. Ik dacht: het is ook helemaal niet nodig dat we ons zorgen zouden maken over onze gestorvenen. Ze zijn geborgen bij God. Ze leven! Waar ik me wel zorgen over maak is over jullie, die verder moeten met het verlies. Ik mag jullie vertellen dat jullie op Gods troost en kracht rekenen, maar intussen blijft rouwen een zwaar werk. Inderdaad: zwaar werk. Zo noemt de Rooms Katholieke Belgische emeritus hoogleraar in de klinisch psychologie, Manu Keirse dat in zijn boek Helpen bij verlies en verdriet. Rouwen is een vorm van werken. Om verlies te overleven moet je rouwarbeid verrichten. Dat is een zware emotionele arbeid. Daarom voelen mensen die rouwen zich vaak moe of zelfs ziek, en soms komen ze niet aan hun normale werk toe. Natuurlijk hangt de zwaarte van het rouwen af van allerlei factoren: de leeftijd van de persoon die je verliest en je eigen leeftijd, maar ook de plaats die hij of zij in je leven inneemt, en de manier waarop die persoon stierf. Maar rouwen is altijd werken. Je werkt aan het vinden van betekenis en zoekt naar manieren je leven te vervolgen. Zoals Jacob zijn leven vervolgde: Jakob reisde verder en sloeg zijn tent op even voorbij Migdal-Eder.

Manu Keirse zegt het zo: Een arbeid kun je opdelen in taken. In de rouwarbeid zijn er vier rouwtaken, vier opdrachten die je moet vervullen om je aan te passen aan het leven met verlies.
1. De werkelijkheid van het verlies onder ogen zien.
2. De pijn van het verlies ervaren.
3. Je aanpassen aan de wereld na het verlies.
4. Herinneringen bewaren en weer leren genieten.

Zullen eens zien hoe Jakob dat deed? Het begint met de werkelijkheid onder ogen zien. Als iemand uit jouw familie- of vriendenkring sterft heb je aanvankelijk het gevoel dat het niet waar kan zijn. Het voelt onwerkelijk. Vaak is ons hart niet klaar om de waarheid van het gemis te aanvaarden. Misschien was het zo wel bij Jakob, tenminste als De Naardense Bijbel gelijk heeft die Jakobs woorden vertaalt met: Rachel stierf waar ik bij stond. Ik zag het, maar het drong nauwelijks door. En toen begroef hij haar. Daarmee zag hij de werkelijkheid onder ogen. Hij begroef haar langs de weg van Paddan Aran naar Bethlehem. Dat deed hij eigenhandig. Bij elke schep grond besefte hij: het wordt nooit meer zoals vroeger. Ook wij zien op onze manier de werkelijkheid van het verlies onder ogen. We stellen een rouwkaart op. We laten ons condoleren. Er is een afscheidsdienst in de kerk of aula, we gaan naar het graf of het crematorium. En dat laten we hem of haar achter.

En dan komt de tweede taak van de rouwarbeid. De pijn van het verlies ervaren. De pijn van het verlies komt steeds terug, in golven vaak. Eerst krijg je al dat geregel na de uitvaart. Bankzaken, verzekeringszaken, opruimen. En later komen die die momenten in het jaar, waarop het vroeger zo gezellig was, Sinterklaas, Kerst, een verjaardag, moederdag. Je ervaart de pijn van het verlies. We kunnen als omstanders, als familie en vrienden die pijn nooit wegnemen. We kunnen wel wegblijven bij rouwenden, snel een ander pad inlopen in de Dekamarkt als je een weduwe ziet, niet iemand opbellen, en dat is het slechtste wat we kunnen doen: je veroordeelt de rouwende alleen af te moeten rekenen met zijn verdriet. Dat is dubbel zwaar. Iedereen die rouwt heeft steun nodig en vooral behoefte aan iemand die luistert. En als je dan geluisterd hebt, wat kun je dat doe? Manu Keirse zegt: Luisteren. En als je dan geluisterd hebt, wat dan? Luisteren.

De derde taak van de rouwarbeid is: Je aanpassen aan de wereld na het verlies. Wij zeggen dan: het leven gaat door. En van Jacob lezen we: Hij reisde verder en sloeg zijn tent op even voorbij Migdal-Eder. Verder reizen. Je tent opslaan. Je moet wel. Ik hoor van jullie hoe moeilijk dat is. Met het verlies van je partner verlies je ook de persoon met je zo goed praten kon, die je knuffelde, die de vuilnisemmer buitenzette, die naast je zat in de kerk. Je moet dus oplossingen vinden voor de rollen en taken die de ander altijd vervulde. Je moet eigenlijk jezelf opnieuw uitvinden. Dat is vaak erg moeilijk. Want als jouw identiteit grotendeels samenviel met je rol als vrouw van je man, of als vader van je kind, wie ben je dan nog als die man of dat kind wegvalt? Je moet jezelf opnieuw uitvinden.

Tenslotte de vierde taak van de rouwarbeid: De band te bewaren in de herinneringen en opnieuw te leren genieten. Van niemand wordt gevraagd zijn geliefden te vergeten. Als dat de bedoeling was zou er wel een deleteknop in ons hart zitten. Die is er niet. We kunnen herinneringen aan onze overleden vrouw of opa of kind of vriend niet wissen. Dat moet ook helemaal niet. God wist ons ook niet uit. Nooit niet! Daarom zette Jacob een steen op haar graf, een gedenksteen. Om de herinnering aan haar levend te houden. En daarom noemen wij vandaag de namen van al die Rachels die wij dit jaar verloren, want we willen de band met hen bewaren in onze herinnering. Ze leven nog, in ons hart.

Maar bovenal leven ze bij God. God zorgt voor onze doden. Hoe weten we dat? Ik zal het u zeggen. Over Jakob lezen we: Jakob reisde verder en sloeg zijn tent op even voorbij Migdal-Eder, wat betekent Poort van Eder, Poort van de Kudde. En die poort lag vlak bij Bethlehem. Als Jakob even voorbij die poort zijn tent op sloeg, dan stond die tent in het buitengebied van Bethlehem. Ik ken nog iemand die in het buitengebied van Bethlehem zijn tent opsloeg waar de kuddes graasden. Een verre nakomeling van Jakob zou daar geboren worden in een stal. Hij is de Heiland, de Helper, gekomen om onze zonden te verzoenen, onze ziekten te dragen en onze tranen uit de ogen af te wissen.

Jakob begroef zijn vrouw, zette een steen op haar graf en reisde verder naar Bethlehem. Wij hebben ons geliefden weggebracht, een steen geplaatst om niet te vergeten, en vandaag noemen we hun namen en we reizen verder. Laten we niet vergeten om regelmatig onze tent op te slaan in Bethlehem. Daar vinden we een Helper op wie je nooit tevergeefs een beroep zal doen.

Amen, 24 november 2019, laatste zondag kerkelijk jaar – ds.Koos Staat